De 5 stappen van Deep Democracy
1. Verzamel alle meningen
Vraag: “Wat vind jij belangrijk in deze situatie?”
Iedereen deelt zijn/haar perspectief zonder discussie. Belangrijk in deze stap is, dat je niemand overslaat. Je geeft iedereen de ruimte om te reageren, je nodigt ieder individu actief uit. De spelregel is, dat je de ander niet onderbreekt of in een discussie beland. Een ieder praat vanuit z’n persoonlijke perspectief. Als facilitator sluit je af met een samenvatting van alle info die je hebt gehoord. Je maakt alles even belangrijk. “Dit is benoemd, nog iets aan toe te voegen?”. Je stopt pas als er geen reacties meer komen. Laat bewust stiltes vallen voor bedenktijd.
2. Verken verschillen
Daar waar het spannend wordt gaat het vaak over polarisaties. We willen goede werk-privé balans en hebben tegelijkertijd ook last van de ziekmeldingen. We willen een resultaten en tegelijkertijd minder werkstress. Het lijken tegenstellingen die elkaar bijten. In de Deep Democracy gedachte zijn het polarisaties die een onderzoek waardig zijn. Cluster de informatie in thema’s. Check bij de groep of dit de thema’s zijn. Vraag door: “Wat maakt dat je dit vindt?”, “Hoe ervaar jij dat?”, “Hoe ga jij daarmee om?”, “Wat kan het beter maken?” etc.
In deze fase gaat het om perspectieven delen en meer begrip creëren voor ieders beleving.
3. Zoek overeenkomsten
Benoem wat gedeeld wordt: “Wie herkent zich hier ook iets in? / Wie kan zich dat voorstellen?” Vaak is er een in de groep die zich durft uit te spreken en wat er benoemd wordt gaat zelden alleen over die ene persoon. Als het een spannend thema betreft heeft de groepsdynamiek de overlevingstactiek om zich dan te richten tot die ene persoon. Dit is voor de groep een onbewust proces. Jij als facilitator kan de groep hiervan bewust maken, door actief door te vragen. We noemen dat ook wel de stem verspreiden. Zo houd je het veilig om zich te uiten en voorkom je dat we een groepsthema gaan projecteren op één persoon.
4. Stem en neem besluit
Er komt een moment waarop een ieder heeft kunnen toevoegen wat nodig was. Dit merk je aan een stilte die voor een ieder gemakkelijk aanvoelt. Dus niet te verwarren met stiltes die ongemakkelijk aanvoelen, in dat geval ‘hangt er nog iets in de groep’ en blijven we perspectieven onderzoeken. Bij grote tegenstellingen is het vaak een utopie om tot consensus te komen, met name bij grote groepen. Dat is ook niet nodig en kan juist het groepsproces frustreren; “We komen er toch niet uit, dus laten we dat maar doen.” Dit kan zo’n reactie zijn van een frustratiemoment. Je kan dit voorkomen door de groep te vragen; “Kunnen we de stemronde ingaan?” Je legt uit wat de bedoeling is en waarover gestemd wordt. Stem over het voorstel. De optie met de meeste stemmen komt centraal te staan en wordt aangevuld met de wijsheid van de minderheidsstemmen. Minderheid wordt expliciet gevraagd: “Wat heb jij nodig om mee te gaan met dit besluit?”
5. Voeg wijsheid van de minderheid toe
Integreer hun zorgen in het besluit. Zo benut je alle kennis. Een zorg kan bijvoorbeeld zijn, dat iemand zegt;“Ik kan meegaan met dit besluit als we over 6 weken een tussenevaluatie vastleggen, zodat we scherp blijven op het resultaat.” Een optie die het besluit beter maakt, wordt zonder discussie toegevoegd.